2 november 2026

Het effect van gemeentelijk groenbeleid meten met insecten

Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren het groenbeheer omgegooid: minder vaak maaien, bloemrijke bermen, groene daken op gemeentelijke gebouwen. In de omgevingsvisie staat dat het goed is voor de biodiversiteit. Maar als de raad vraagt wat het heeft opgeleverd, blijft het antwoord vaak bij foto's van een bloeiende berm. Insecten zijn de snelste manier om dat antwoord concreet te maken, mits je goed meet.

Vergelijk altijd met een referentie

De grootste valkuil is meten op één plek en concluderen dat het "goed gaat". Insectenaantallen schommelen enorm per dag, per week en per jaar, vooral door het weer. Een warme meidag levert tien keer zoveel insecten op als een koude. Wie één locatie meet, meet vooral het weer.

De oplossing is simpel: meet op dezelfde momenten op een locatie mét maatregel en op een vergelijkbare locatie zónder. Een ecologisch beheerde berm naast een gangbaar gemaaide berm aan dezelfde weg, een groen dak naast een grinddak in dezelfde wijk. Het weer is dan voor beide gelijk; het verschil dat overblijft, is het effect van de maatregel.

Meet een heel seizoen

Insecten hebben een seizoen. Veel groepen pieken in het voorjaar en de zomer, nachtvlinders in de nazomer. Een telling in juni zegt niets over wat er in augustus gebeurt. Een camera die van april tot oktober blijft staan, vangt het hele verloop en laat ook zien wanneer een maatregel het verschil maakt, bijvoorbeeld pas na de eerste maaibeurt.

Kijk naar groepen, niet naar soorten

Voor een gemeente is het meestal niet nodig om op soortniveau te weten wat er vliegt. Interessanter is: komen er meer zweefvliegen en andere natuurlijke vijanden? Meer nachtvlinders (voedsel voor vleermuizen)? Neemt de totale hoeveelheid insecten, de biomassa, toe? Beeldherkenning deelt insecten in op zulke groepen en telt ze, zonder dat een ecoloog elke foto hoeft te bekijken.

Wat je ermee kunt

Na één seizoen heeft u per locatie een reeks: aantallen per dag, per groep, met en zonder maatregel. Dat is een grafiek die in een raadsvoorstel past. Na twee of drie seizoenen ziet u trends en kunt u maatregelen bijstellen: waar werkt het, waar niet, en waar is iets anders nodig. Zo wordt groenbeleid toetsbaar in plaats van een geloofsartikel.

Lees meer over insectenmonitoring voor gemeenten.

Vragen uit de praktijk

We hebben al een ecoloog die tellingen doet. Wat voegt een camera toe?

Continuïteit. Een ecoloog telt een paar keer per seizoen; de camera meet elke dag, ook 's nachts en in het weekend. De ecoloog houdt het interpreteren en de soortgerichte inventarisaties, de camera levert de doorlopende reeks.

Hoe leg ik dit uit aan de raad zonder dat het een technisch verhaal wordt?

Met één grafiek: aantallen insecten per week op een berm met ecologisch beheer naast een berm met gangbaar beheer, over een heel seizoen. Dat beeld begrijpt iedereen, en het laat zien of het beleid rendement heeft.

Wat als blijkt dat een maatregel niets doet?

Dan is dat waardevolle informatie: u kunt het budget verschuiven naar wat wel werkt, of de uitvoering aanpassen (bijvoorbeeld de maaidatum). Meten is juist bedoeld om bij te sturen, niet om gelijk te krijgen.

Wie onderhoudt die camera's en wat kost het ons aan tijd?

De camera's werken op zonne-energie en 4G en worden op afstand bewaakt. Een periodieke controle van scherm en paneel kan de groenploeg meenemen in een bestaande ronde; verder vraagt het geen tijd van uw organisatie.

← Alle blogs

Stephan Peterse
Oprichter, Faunabit B.V.

Liever overleggen?

Ik denk graag met u mee over uw meetvraag. Bel, mail of stuur een bericht via het formulier; u krijgt altijd een persoonlijke reactie.