2 november 2026

Insectenmonitoring in de pootgoedteelt: bladluizen, zuigvallen en camera's

Nergens in de akkerbouw wordt zo precies naar insecten gekeken als in de pootgoedteelt. Bladluizen dragen virussen over, en de keuring stelt strenge eisen. Telers volgen de bladluisvlucht via zuigvallen en gele vangbakken en bepalen op basis daarvan wanneer het loof wordt gedood. De vraag ligt voor de hand: kan een camera dat werk overnemen?

Nog niet bewezen voor bladluizen

Bladluizen zijn klein, één tot drie millimeter. De DIOPSIS insectencamera fotografeert een verlicht scherm met een 8 megapixel camera; grotere insecten zoals nachtvlinders, vliegen en kevers worden goed vastgelegd en herkend. Of gevleugelde bladluizen op het scherm landen en voldoende betrouwbaar worden herkend om een beslissing op te baseren, is in de pootgoedteelt niet aangetoond. Wie dat wil weten, moet een seizoen lang camera's naast zuigvallen en vangbakken zetten en de reeksen vergelijken. Dat is precies het soort pilot dat we graag opzetten, met open vizier over de uitkomst.

Wat de camera nu al wél levert in de aardappelteelt

  • Het bredere beeld van vliegende insecten rond het gewas, dag en nacht, inclusief natuurlijke vijanden als zweefvliegen, gaasvliegen en sluipwespen die bladluizen in toom houden.
  • Het effect van akkerranden en bloemenstroken naast het aardappelperceel: komen er meer natuurlijke vijanden, en wanneer in het seizoen?
  • Onderbouwing richting afnemers en regelingen die vragen om bewijs van biodiversiteitsmaatregelen.

Waarom een pilot de moeite waard is

De pootgoedsector heeft goede referentiedata: de bestaande zuigvallen leveren al jaren betrouwbare bladluisreeksen. Dat maakt een vergelijking met cameradata zuiver. Als blijkt dat de camera de vlucht van gevleugelde bladluizen voldoende volgt, ontstaat een instrument dat per perceel meet in plaats van per regio. Als dat niet blijkt, weten we dat ook, en blijft de camera waardevol voor het bredere insectenbeeld.

Lees meer over insectenmonitoring in de open teelten.

Vragen uit de praktijk

We hebben de zuigvalgegevens van de regio al. Waarom zouden we per perceel meten?

Omdat de vlucht per perceel verschilt: ligging, omgeving en gewasstadium spelen mee. Als blijkt dat de camera gevleugelde bladluizen voldoende volgt, krijgt u een beeld van uw eigen perceel in plaats van een regionaal gemiddelde. Of dat lukt, moet een pilot naast de zuigval uitwijzen.

Wat zie ik dan nu al wél in mijn aardappelen?

Het bredere beeld: natuurlijke vijanden zoals zweefvliegen, gaasvliegen en sluipwespen, de invloed van een akkerrand naast het perceel en het dag- en nachtritme van vliegende insecten door het seizoen.

Kan de camera tijdens het rooien blijven staan?

Hij staat op een eigen voet en is in enkele minuten te verplaatsen. Bij loofdoden en rooien zet u hem even aan de kant en daarna terug, of op de akkerrand.

Wat kost een pilot?

Dat hangt af van het aantal camera's en de looptijd. Voor een eerlijke vergelijking met de zuigval is één seizoen met twee tot drie camera's op één bedrijf meestal voldoende; vraag een voorstel aan via de contactpagina.

← Alle blogs

Stephan Peterse
Oprichter, Faunabit B.V.

Liever overleggen?

Ik denk graag met u mee over uw meetvraag. Bel, mail of stuur een bericht via het formulier; u krijgt altijd een persoonlijke reactie.